Atelierbericht van Ingeborg Thoral: De toegevoegde waarde van ruimte-evenementen

De IJsselbiënnale is vorige week van start gegaan! Dat realiseerde ik me van het weekend toen ik langs de kade van Doesburg het kunstwerk ME WE van Benjamin Bergmann op de groene landtong zag staan.

Nederland kent inmiddels tal van ruimte-evenementen, ruimtemanifestaties en ruimtefestivals. In september opent voor een maand de Landschapstriënnale in PARK21 (N-Holland), die het Nederlandse cultuurlandschap agendeert. Onlangs (27 en 28 mei) vond in de Noordoostpolder de manifestatie Schurende Erfenis plaats, die de huidige staat van de polder middels inzet van kunstenaars op de agenda plaatste. En dan nu de IJsselbiënnale, die kunstenaars de ruimte biedt hun visie van de invloed van de klimaatverandering op ons rivierenlandschap te tonen.

Wat is de toegevoegde waarde van deze evenementen? Hieronder een kort rijtje om uw enthousiasme aan te wakkeren.

Het landschap als demonstratiegebied

Ruimte-evenementen hebben meestal als doel om veranderingen in kaart te brengen, zichtbaar te maken en de discussie over het onderwerp te bevorderen. De IJsselbiënnale is hierin niet anders; ze toont de verbindende betekenis van water en laat kunstenaars de verhalen van de IJssel en haar landschap met een buitententoonstelling en een cultureel programma vertellen.

Het verhalende landschap is in en wint aan populariteit. Door middel van activiteiten en interventies verwordt het landschap tot een demonstratiegebied (podium), waarin de mens, de omgeving en hoe we hiermee om gaan centraal staan. Deze omgevingen kunnen ook nieuwe landschappen zijn, zoals Park Lingezegen – aangelegd tussen Arnhem en Nijmegen – en PARK21 (locaties van de Landschapstriënnale 2015 en 2017). Of een afgelegen locatie die berooft lijkt van haar betekenis, zoals het Almeerderstrand. Hier is sinds 2007 het buitentheater van Vis à Vis neergestreken, die dit jaar van juni tot en met september de voorstelling MARE opvoert. Een stuk dat ons met een knipoog langs de afgrond van de klimaatverandering leidt.

 

Cultuur als bron van verbeelding en kennisdeling

De cultuur van een plek, gebied of regio biedt een stevige basis waarop nieuwe initiatieven kunnen aansluiten. Hier maken ruimte-evenementen dan ook dankbaar gebruik van. Ze vertellen over een locatie (een wildernis of een door de mens gecultiveerde omgeving) en zoeken aansluiting met kunst, met mensen en met talenten (en jagen daarmee excellent onderzoek aan). Tenslotte stimuleren ze met tal van programma’s kennisdeling.

Een ruimte-evenement is daarmee nadrukkelijk een cultureel podium voor creatieve talenten, een plek van verbeelding en een bron van kennisdeling.

Een landschappelijke regionale marketingstrategie

Wat de IJsselbiënnale mogelijk nog sterker doet dan vele andere ruimte-evenementen, is het aanboren van een nieuw (tijdelijk) regionaal verdienmodel. Door arrangementen in de omgeving aan te bieden en met de IJssel als activiteitenzone te verknopen, ontstaat er winst voor diverse ondernemers in de omgeving. Dit is uit oogpunt van inkomstenwerving interessant, maar levert ook branding voor het gebied als geheel op en toont bovendien de ondernemende meerwaarde van cultuur en de culturele ondernemerskracht.

Waar vroeger de IJssel de Hanzesteden tot bloei bracht, is zij nu even opnieuw een economische ruggengraat.

 

Tijdelijkheid als strategie

Tijdelijkheid als strategie is inmiddels niet meer nieuw, maar nog steeds erg interessant. De kracht van confrontatie middels ontwerp draagt bij aan bewustwording. Een maatschappelijke boodschap wordt gedeeld en ervaren. Dat doen de ruimte-evenementen via de thema’s die zij agenderen en onderwerp van discussie maken (transformatie van het landschap, klimaatverandering enzovoorts), maar ook de daaraan gekoppelde tijdelijke initiatieven van de ontwerpers. Die geven ieder op hun eigen manier een tijdelijke impuls aan het desbetreffende gebied en leveren een positieve bijdrage aan de context en de gebruiker.

Voor de Landschapstriënnale en de IJsselbiënnale is daar een omvangrijk programma mee gemoeid. Zo organiseren bijvoorbeeld 115 initiatiefnemers en musea uit de IJsselvallei een activiteit geïnspireerd op de IJssel, ten behoeve van de IJsselbiënnale. Het aantal aan culturele interventies en innovatieve voorstellen dat dit oplevert is daarmee nog groter.

 

Tijd als verbindende factor en met verschillende cycli

Landschap kan niet zonder het aspect tijd, immers alles is voortdurend in beweging en aan verandering onderhevig. Het is daarom ook aantrekkelijk dat een ruimte-evenement het verleden met het heden verbindt en speculeert over een mogelijke toekomst.

De looptijden en cycli van ruimte-evenementen lopen sterk uiteen. Zo komt de Landschapstriënnale na wat experimenteren – en het meemaken van de crisistijd – nu driejaarlijks terug en duurt zij een maand. De bedoeling van de IJsselbiënnale met haar internationale kunstroute is dat zij na een geslaagde eerste editie tweejaarlijks terugkomt. Dit evenement duurt drie maanden.

Hoe meer partijen er in een ruimte-evenement hebben geïnvesteerd en hoe hoger dit bedrag is, des te meer terugverdiencapaciteit er nodig is voor de omgeving. Alleen dan is herhaling gegarandeerd.

Boeien en binden van publiek via collectieve inspanning

Passend bij deze tijd is om samen iets te creëren; overheid, bedrijven, organisaties, onderwijs en burgers. Dat is complex maar als het lukt levert het ook veel op, denk aan draagvlak, bereik, nieuwswaarde of omzet voor de omgeving.

Het aantal bezoekers en partnerships en de mate waarin het publiek is geboeid en zich bindt (bijvoorbeeld als ‘Vriend van de IJssel’), draagt in grote mate bij aan het succes van het ruimte-evenement. Het is dan ook belangrijk dat naast het feit dat het evenement een succes is, het onderwerp dat geagendeerd wordt een gedeelde waarde heeft. Veel organisators zoeken daarom de grote onderwerpen van onze tijd op en verbinden deze aan disciplines als kunst, architectuur en digitale cultuur.

Het reageren op maatschappelijke vraagstukken, het bieden van een (nieuwe) blik, het

bespreekbaar en bediscussieerbaar maken van kwesties en opgaven en het leveren van een schokeffect zijn middelen waar een ruimte-evenement zich ten zeerste van kan bedienen en die meestal ook gebruikt worden.

Hoe zijn wij verder bij de IJsselbiënnale betrokken?

AtelierOverijssel organiseert momenteel samen met Tauw bewonersgesprekken (in handen van Tauw) en een ontwerpatelier voor bewoners en professionals (in handen van AtelierOverijssel), rondom drie plekken aan de IJssel. Het Oversticht is sponsor van de interviews, die zij in de startfase van het project heeft afgenomen. De eindresultaten worden 20 september as. op het IJsselbiënnalecongres gepresenteerd.

Ingeborg Thoral, Atelierleider AtelierOverijssel

 

Illustraties: Merel Enserink
Fotografie: Ingeborg Thoral